De Heilige Maagd
Maria verscheen zes maal aan de drie zienertjes, allen herderskinderen.
Ze werden ingeleid, al in 1915, door verschijningen van een engel. Lucia
ziet, als sneeuw maar dan doorzichtig, een witte gestalte zweven boven
de bomen.
In de zomer van 1916 komt de witte gestalte dichterbij, als Lucia samen
met haar neefje en nichtje Francesco en Jacinta is. De engel ziet er uit
als een jong iemand van 14-15 jaar. Hij zegt: "Wees niet bang. Ik ben de
Engel van de Vrede. Bidt met mij.", op vervolgens te knielen en vraagt
het volgende gebed driemaal te herhalen: 'Mijn God, ik geloof in U, ik
aanbid U, ik hoop op U, ik bemin U. Ik vraag om vergeving voor hen die
niet geloven, U niet aanbidden, niet hopen en U niet beminnen".
De engel besluit met "De harten van Jezus en Maria luisteren naar jullie
gebed". In totaal verschijnt de engel driemaal, in 1916. Bij de derde
maal zien de kinderen een kelk in de lucht zweven en daarboven een
zwevende hostie, waaruit enkele druppels bloed in de kelk vielen. De
engel reikt daarbij de hostie aan Lucia en het Kostbaar Bloed uit de
kelk aan Franciso en Jacinta. |